Afwijzing

De leugen waar ik in geloofde was: 

Afwijzing door mensen moet ik vermijden 
en eventuele treffers kan ik compenseren met waardering van mensen. 

Ik sta mijzelf niet toe dat ik afgewezen wordt.
Ik kan niet tegen die blik.
Ik kan niet tegen dat gebaar.
Ik kan niet tegen die woorden.
Ik haat dat gevoel van niet oké, niet interessant zijn.
Dat gevoel van eenzaamheid,
midden tussen de mensen.
De neiging om weg te lopen,
terwijl ik op mijn gemak zou willen zijn.

Als ik 10 mensen om mij heen heb
dan zorg ik dat ze mij niet afwijzen
en als ik dat na hard werken voor elkaar heb,
zijn er tien nieuwe mensen om mij heen
en begint de klus van voor af aan.
Als ik mijzelf dan heb wijsgemaakt,
dat ook zij mij niet afwijzen,
zijn er weer tien anderen.

Mijn leven is te kort, maar ik wil het niet weten.
In een doolhof van lachspiegels
probeer ik door mijzelf te vervormen
het beeld terug te krijgen dat ik mij vaag herinner
van toen ik nog een onbevangen kind was.

In paniek ren ik door de gangen
en als ik dan plotseling
tegen een vlakke spiegel stukloop
is de trieste balans dat ik van alles niks ben
en uiteindelijk dáárom
gewond, afgemat en misvormd
mijzelf afwijs.

 Zo gebeurt precies dat wat ik niet wil
en wat ik wel wil, gebeurt niet.
Wat ben ik in vredesnaam aan het doen?
Wanneer is dit begonnen
en wanneer houdt het op?

Mijn kracht is uiteindelijk
tegen mijzelf gericht,
terwijl Hij die mij gemaakt heeft
met medelijden naar mij kijkt en zegt:
je was vroeger zo leuk, en zo spontaan,
zo gevoelig en vrolijk,
waarom ben je daarmee gestopt?

Wat!? Zeg dat nog eens, hoor ik dat goed?
Was ik leuk en spontaan?
Was ik gevoelig en vrolijk?
Ja, zegt Hij en met tranen in Zijn ogen
buigt Hij zich over mij en zegt zachtjes:

Je was goed,
zoals ik je had bedacht en gemaakt,
want als je niet goed was,
had ik het wel anders gedaan.
Ik heb precies gemaakt
waar ik van droomde.

 Ik moet huilen en Hij vervolgt:

Kan de zon het iedereen naar de zin maken?
Zal elke regenwolk altijd en door iedereen
met gejuich ontvangen worden?
Nee, tóch zijn ze allebei nodig.
Stop alsjeblieft met die eindeloze strijd,
gooi je energie niet langer
in die bodemloze put.

 Vergeef die mensen met die blik,
dat gebaar en die woorden.
Zij hebben het zelfde ervaren als jij
maar zitten er nog steeds in gevangen.
Bevrijd hen en bevrijd jezelf,
door vergeving uit te spreken.

Accepteer dat afwijzing door mensen
te maken heeft met het feit dat jij uniek bent
en een unieke bestemming hebt.
Kijk naar jezelf door míjn spiegel,
ontdek jezelf, ik heb mijn best op je gedaan!
Sta mij toe jouw krachtbron te zijn,
dáár heb ik je voor ontworpen.
Ik heb datgene wat jij nodig hebt
om volledig tot bloei te komen.

En als je tot bloei bent gekomen
zul je ontdekken dat je niet leeft voor de afwijzer,
en ook niet voor de bemoediger.
Zélfs niet voor diegene die blij en dankbaar
van de vruchten plukt van jouw bestaan,
al zullen we daar veel plezier aan beleven,
maar je ware bestemming en voldoening
zul je ontdekken in de verbondenheid met mij.

Mijn waarheid is nu:

Ik ben goed gemaakt en uniek
en in de volle kracht van mijn Bron
zal mijn fontein gezien worden
de één wordt nat en de ander wordt blij.